Na het circuit was het ruim 100 kilometer naar de volgende tijdcontrole in Marienheim. Met snelheiden waar ik in mijn stoutse dromen nog niet aan toekom stuurde Servee de rood/zwarte schicht door Oostenrijk. Op tijd komen is allang geen issue meer. Hoeveel minuten te vroeg zal je bedoelen. Ik begin zo beetje plaatsvervangende schaamte te krijgen over mijn bezadigde rijstijl.
Voor de regularity maakte ik me wel wat zorgen. Na de mankementen aan de apparatuur en met het vooruitzicht van 26 kilometer te gaan, begon de spanning te komen. Maar het ging eigenlijk uitstekend. De nodige deelnemers ingehaald die vertwijfeld zich afvroegen of ze linksaf moesten, rechtsaf of toch linksaf, bleven wij maar rijden. De kaart gaf een erg vertekend beeld van de route die we aflegden zodat ik niet meer precies wist waar we op het parcours zaten. Een cruciale splitsing meende ik terecht te herkennen. Het weer was grauw, mistig waardoor oriëntatie lastig was. Ondanks alles passeerden we de nodige tijdcontroles zodat we wisten dat we goed zaten. We zitten goed! Jubelde ik tegen Servee, waarop ik als antwoord kreeg: maar natuurlijk zitten we goed! Maar Servee, waarom vraag je dan de hele dag of we wel goed rijden?